5. Financiële uitgangspunten

Tarieven

Wij hanteren een loon/prijsindexcijfer van 1,2% voor 2017, gebaseerd op de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC).

Voor de rioolheffing geldt een ander uitgangspunt voor de tarieven. In het raadsvoorstel 'Maatregelenpakket wateroverlast' dat in maart 2016 in de gemeenteraad is behandeld staan extra, aanvullende maatregelen welke niet opgenomen zijn in de huidige beleidsdocumenten GRP en Waterplan. Hier is dan ook geen rekening gehouden met de opbouw van de tarieven rioolheffing en de ontwikkeling van de voorziening. Om de voorziening op peil te houden is in het voorstel 'Maatregelenpakket wateroverlast' een jaarlijkse tariefstijging opgenomen van 2% per jaar t/m 2019 aanvullend op de inflatiecorrectie.

Het poorttarief voor restafval stijgt per 1-1-2017 van € 0,19 naar € 0,22 zoals reeds in de goedgekeurde begroting 2016 milieustation staat aangekondigd. Dit is een stijging van 15,5%.

Op de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten zal bij de begroting 2017 worden ingegaan.

Uren

De uren zullen voorcalculatorisch verdeeld gaan worden over de verschillende producten, behalve daar waar het schrijven van uren wel nodig is. In die gevallen worden de uren nacalculatorisch berekend, bijvoorbeeld bij de grondexploitatie.

Investeringen

Onlangs is er tussen het presidium en ons college een bijeenkomst geweest waarin onder andere gesproken is over de geplande nieuwe en vervangingsinvesteringen voor de komende jaren. Er is toen gesproken over het al of niet indienen van een apart raadsvoorstel op het moment dat zo’n investering, die financieel al in de meerjarenbegroting is opgenomen, gedaan gaat worden. Hierover zal bij de behandeling van de begroting 2017 een voorstel gedaan worden.

Schuldpositie

De schuldpositie van de (decentrale) overheid heeft de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen. Door de crises afgelopen jaren zijn de overheidsfinanciën onder druk komen te staan. Hierdoor heeft de Nederlandse staat moeite om het Emu-saldo onder controle te houden.

Naast de rijksoverheid hebben de decentrale overheden ook een aandeel in het Emu-saldo.

Om het Emu-saldo van de rijksoverheid te beteugelen, wordt er scherper gekeken naar het Emu-saldo van de decentrale overheid.

Voor het in beeld brengen van het Emu-saldo van decentrale overheden is de schuldpositie een goed instrument. Als de cijfers van de jaarrekening 2015 verwerkt worden in de begroting 2016 incl. wijzigingen (incl. 1e Berap 2016 en kadernota 2017) komt de ontwikkeling van de schuldpositie er als volgt uit te zien.

Bedragen * €1.000,- Schuldpositie meerjarig Jaarrekening 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020
Netto schuld 24.699 28.221 25.227 22.539 23.390 24.495
Omvang Exploitatie 30.605 31.610 30.801 30.516 27.935 27.935
Relatieve schuldpositie gemeente Woudrichem 81% 89% 82% 74% 84% 88%
Norm-VNG 100%
Landelijke norm 60%
Landelijk gemiddelde (2014) 63%